Dieetanalyse sprinkhanen

Hoe kom je erachter wat sprinkhanen dagelijks eten? Het volgen en observeren van deze insecten is in de praktijk moeilijk. Datura heeft daarom in samenwerking met Stichting Bargerveen en de Unie van Bosgroepen een genetische pilotstudie uitgevoerd. Het blijkt dat het analyseren van DNA uit de ‘poepjes’ van sprinkhanen een werkbare oplossing is om te achterhalen wat ze graag eten.

Bij het onderzoek is gekeken naar de in Nederland zeldzaam voorkomende zadelsprinkhaan (Ephippiger ephippiger). Er zijn slechts enkele populaties bekend in Nederland. Deze sprinkhanensoort is relatief groot en gemakkelijk te herkennen aan het zadelvormige rugschild. De sprinkhanen zijn op basis van het uiterlijk ook nog te determineren als man of vrouw.

Verzamelen van uitwerpselen

Om uitwerpselen te verkrijgen, was het belangrijk eerst de sprinkhanen te vinden. Er werd actief naar ze gezocht. Individuen werden gevangen en kort in een potje gehouden. De sprinkhanen laten niet kort daarna al uitwerpselen achter in de potjes. Als dat gebeurd is, worden de sprinkhanen weer vrijgelaten en blijft een monster over die naar het laboratorium gebracht kan worden.

Dieetanalyse

In het lab is geprobeerd de voedselvoorkeuren vast te stellen. Daarvoor werd het DNA eerst vermenigvuldigd door middel van een PCR, zodat de verschillende DNA-fragmenten bepaald konden worden. Interessante fragmenten zijn vervolgens met behulp van ‘Next Generation Sequencing’ uitgelezen, zodat de DNA-code, en dus de specifieke prooisoort, bepaald kon worden. We keken naar het DNA van planten die de sprinkhanen eten, maar ook naar het DNA van ongewervelden. Dit gaf nieuwe inzichten in de ecologie van de soort, die in het veld moeilijk te onderzoeken is.

Opvallende uitkomsten

Het bleek dat de analyses in het lab vooral korte DNA-fragmenten gedetecteerd konden worden. Bij andere diersoorten, zoals grondgebonden zoogdieren en vleermuizen kunnen langere DNA-fragmenten gedetecteerd worden. Het geeft aan dat het DNA uit de uitwerpselen van sprinkhanen wellicht sneller degradeert. Ook kan het te maken hebben met de lagere concentraties DNA die te vinden zijn in de kleine keutels. Deze bevinding geeft in ieder geval aan dat de situatie per soortgroep kan verschillen, wat belangrijk is voor de toe te passen lab-processen. Opvallend was het hoge aantallen soorten die per keutel aangetroffen werden. Wat betreft planten werd niet uitsluitend struikhei gegeten, maar ook een scala aan andere plantensoorten die op heideterreinen aangetroffen worden

Bescherming en beheer

Naar aanleiding van de pilotstudie, wordt een vervolgstudie uitgevoerd om meer te weten te komen over de ontdekte voedselbronnen. Over de exacte samenstelling van het dieet doen we daarom later pas uitspraak. Wel kunnen we stellen dat de uitkomsten van onze onderzoeken waardevol zullen zijn voor de bescherming en het beheer van bedreigde sprinkhaansoorten. Als we namelijk weten wat ze graag eten, kunnen we het habitat beter beschermen en dus de soorten. Bij de vervolgstudie kijken we niet alleen naar het dieet van de zadelsprinkhaan, maar ook van de zeldzame kleine wrattenbijter (Gampsocleis glabra). Hierover later dus meer!