Dieetanalyse
Inzicht in voedingspatronen, gedetailleerd en efficiënt.
DNA uit keutels, maaginhoud of omgevingsmonsters wordt geanalyseerd om de gegeten soorten te identificeren, zonder dat er herkenbare voedselresten nodig zijn.
Dieetanalyse is een methode om te bepalen wat een organisme heeft gegeten, op basis van DNA in bijvoorbeeld uitwerpselen of maaginhoud. Door dat DNA te analyseren, kun je een gedetailleerd beeld krijgen van het dieet en de voedselrelaties in een ecosysteem. Dit doen we door middel van metabarcoding.
Een dieet kan echter uit meerdere voedselniveaus bestaan. Zo kan een vogel bijvoorbeeld wormen eten, terwijl die wormen zich voeden met plantenmateriaal of micro-organismen. In de uitwerpselen van de vogel kunnen daardoor niet alleen DNA-sporen van de wormen worden aangetroffen, maar ook van de planten of andere organismen die door de worm zijn gegeten. Met een dieetanalyse kunnen dus primaire en indirecte dieetcomponenten naar voren komen, waarbij meerdere niveaus van de voedselketen vertegenwoordigd zijn.
Het is niet altijd eenvoudig om te onderscheiden wat het dier zelf heeft gegeten en wat de prooien van het dier hebben gegeten. Vaak wordt er gekeken naar de waarschijnlijkheid en ecologische context. Wanneer je bijvoorbeeld DNA van schimmels vindt in de uitwerpselen van een insectenetende vogel, is niet waarschijnlijk dat de vogel actief schimmels eet, maar veel insecten voeden zich wel met schimmels of leven in schimmelrijke omgevingen. Op die manier kun je het dieet toch goed interpreteren.
Daarnaast speelt de keuze van markers een belangrijke rol in wat je uiteindelijk terugvindt in je monster. Verschillende markers zijn namelijk gericht op verschillende groepen organismen (zoals planten, ongewervelden of schimmels). Om een goed beeld van het dieet te krijgen, is het daarom belangrijk om markers te kiezen die aansluiten bij de onderzoeksvraag. Ook kan een combinatie van markers nodig zijn om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen.